Dirk Jacobs
1999-02-26
Opinie
Een wederzijds proces

Door allochtonen niet als volwaardige medeburgers te behandelen, drijft men sommigen onder hen in de marginaliteit en creëert men een voedingsbodem voor etnisch extremisme. Het onvoorwaardelijk toekennen van lokaal kiesrecht is volgens Dirk Jacobs een duidelijke signaal dat ons streven naar een multiculturele samenleving gemeend is en dat we daarbij ook inspanningen van allochtonen verwachten.

Integratie Dirk Jacobs

In De Morgen van 17 februari bepleitte Erik Defoort een integratieplicht voor medeburgers van allochtone afkomst, met een verwijzing naar het Nederlandse inburgeringsbeleid. Verplichte integratie via taalverwerving moet volgens Defoort het pad effenen voor het aan onze maatschappij deel hebben van de migranten. En passant maakt hij daarbij ook een koppeling met de thematiek van politieke rechten: "Toekenning van stemrecht aan medeburgers van allochtone afkomst zonder integratieplicht oogt sociaal en progressief, maar is het niet". Indien allochtonen inzake taalkennis achterblijven, stranden zij immers in een marginale sociale positie waarin zij - ook politiek - bevoogd worden door interpreterende bemiddelaars, aldus nog Defoort.

Het staat buiten kijf dat taal een belangrijk instrument is in het maatschappelijke verkeer. Evenzeer kan beaamd worden dat de overheid dringend middelen moet vrijmaken om, waar nodig, de taalkennis van allochtonen te bevorderen en zo hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten en hun volwaardige participatie in het maatschappelijke leven te vergemakkelijken. Het is ook evident dat integratie - optimaal deel hebben aan wat zich op de verschillende maatschappelijke velden afspeelt - een wederzijds proces is waarbij niet alleen overheid, bedrijfsleven en deelhebbenden maar ook de uitgeslotenen zelf inspanningen moeten leveren om sociale ongelijkheden terug te dringen. Uit deze vertrekpunten volgt echter niet lineair de conclusie dat aan allochtonen een 'integratieplicht' op taal- en cultuurgebied opgelegd moet worden en nog minder dat onvoorwaardelijke toekenning van stemrecht bevoogding en sociale uitsluiting bestendigt.

Even de puntjes op de i wat het Nederlandse inburgeringsbeleid betreft. Sinds een half jaar is in Nederland de wet 'inburgering nieuwkomers' van kracht. Die wet is enkel van toepassing op wie zich als nieuwe ingezetene in Nederland vestigt, niet op allochtonen die er al wonen. Sommige nieuwe migranten (bepaalde groepen niet-EU-vreemdelingen en Antilliaanse en Arubaanse Nederlanders) wordt ingevolge de inburgeringswet door het lokale bestuur een educatief traject aangeboden waarin 'Nederlands als tweede taal' een centrale positie inneemt. Bij weigering kan de nieuwkomer gekort worden op zijn of haar eventuele uitkering. Bedoeling is sociaal-economische zelfredzaamheid te stimuleren en zowel overheid en lokale besturen als de nieuwkomers zelf te verplichten daarin hun verantwoordelijkheid op zich te nemen. Van de kant van minderhedenorganisaties wordt de wet, vaak terecht, met argusogen bekeken. Niet alleen heeft men vragen bij het selectieve - volgens sommigen stigmatiserende en zelfs discriminerende - karakter (zo moeten nieuwe EU-burgers het traject niet volgen), er wordt ook getwijfeld aan het nut van het verplicht stellen van de inburgeringstrajecten. Omdat er steeds ellenlange wachtlijsten waren (en overigens nog steeds zijn) voor lessen Nederlands voor anderstaligen, leek het voor de hand te liggen eerst maar eens het aanbod aan betaalbaar taalonderricht gevoelig te vergroten.

Interessant is te constateren dat de Nederlandse politici elkaar konden vinden in de stelling dat het doel van de inburgeringswet de stimulering van sociaal-economische zelfredzaamheid van de nieuwkomers is. Nimmer werd assimilatie nagestreefd of een link gemaakt met de thematiek van politieke rechten voor vreemdelingen. Dat laatste ligt ook enigszins voor de hand want de 'inburgeringsplicht' slaat enkel op nieuwkomers en alle niet-staatsburgers hebben bovendien, zoals genoegzaam bekend, al sinds 1985 lokaal kiesrecht indien zij vijf jaar in het land verblijven. Komt de inburgeringsplicht in Nederland dan minstens vijftien jaar te laat? Die vraag wordt geïmpliceerd in de redenering van Erik Defoort: heeft men in Nederland met de toekenning van dat vreemdelingenkiesrecht zonder eerst taalassimilatie te verzekeren een kapitale fout gemaakt en bevoogding en sociale uitsluiting van allochtonen in de hand gewerkt?

Recent grootschalig verkiezingsonderzoek van de Nederlandse socioloog Tillie onder Nederlandse allochtonen wijst alvast uit dat zij in grote lijnen dezelfde kiespatronen als autochtonen vertonen. Migrantenpartijen krijgen er geen voet aan de grond. Deze vaststellingen vallen niet te rijmen met de stelling dat verlening van kiesrecht aan allochtonen zonder 'integratieplicht' (op taal- en cultuurgebied) tot politieke bevoogding door onvermijdelijke bemiddelaars leidt. Van een alomtegenwoordige destructieve invloed van vermeende taalonkundigheid of ontoereikende acculturatie valt in het kiesgedrag van allochtone Nederlandse ingezetenen hoegenaamd niets te merken. Het Nederlandse allochtone electoraat is net zo vrijgevochten als het autochtone electoraat.

Laten we een koe een koe noemen. De actuele situatie in een aantal Brusselse gemeenten waar een derde van de inwoners het kiesrecht ontbeert, is onhoudbaar. Door allochtonen niet als volwaardige medeburgers te behandelen, drijft men sommigen onder hen verder in de marginaliteit en segregatie, creëert men een voedingsbodem voor etnisch extremisme en wordt de politiek van de straat het enige uitingsmiddel. Het onvoorwaardelijk toekennen van lokaal kiesrecht is een duidelijke signaal dat ons streven naar een multiculturele, geïntegreerde samenleving gemeend is en dat we daarbij ook inspanningen van allochtonen verwachten. Als we taalgebruik en taalkennis in het licht van de communautaire spanningen zo belangrijk vinden, laten we dan niet vandaag maar gisteren massaal gaan investeren in het onderwijs en in de cursussen Nederlands als tweede taal. Politieke integratie van allochtonen op de tweede, ondergeschikte plaats stellen, staakt haaks op een integratiebeleid.

'De actuele situatie in een aantal Brusselse gemeenten waar een derde van de inwoners het kiesrecht ontbeert, is onhoudbaar'