VRIJE TRIBUNE



DE STANDAARD

dinsdag 30 oktober 2003

Het antwoord zit in de vraag.


Tachtig procent van de Vlamingen zou tegen het migrantenstemrecht zijn. Dat was het resultaat van een enquête die vorig weekend in Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg stond. De onderzoekers van het Instituut voor Sociaal en Politiek Opinie-onderzoek reageerden verontwaardigd: dit is geen ernstig opinieonderzoek. Zij stellen er hun eigen peilingen -- met nuances -- tegenover.

Met stijgende verbazing hebben we het voorbije weekend opnieuw kunnen meemaken hoe een bewering op grond van een bijzonder bedenkelijke peiling, zonder enige vorm van kritiek als ,,waarheid'' wordt overgenomen in de nieuwsberichten op radio, televisie, en een gedeelte van de geschreven pers. In geen van de reacties op zaterdag en zondag werd het cijfer in vraag gesteld, ook al ligt dat zo voor de hand. Nochtans zou men van journalisten -- die de taak hebben de burgers correct te informeren -- mogen verwachten dat zij de nodige deskundigheid in huis hebben om volksbedrog door middel van peilingen te ontmaskeren.
Uit recent onderzoek bij grote steekproeven tussen 2.200 en 3.200 Vlamingen vermoeden we dat een meerderheid van de Vlaamse bevolking op dit moment waarschijnlijk niet te vinden is voor het toekennen van gemeentelijk stemrecht aan migranten. Maar hoeveel tegenstanders van stemrecht er precies zijn, is niet geweten omdat het verkregen percentage voor een groot deel afhankelijk is van de manier waarop de vraag en de antwoordmogelijkheden verwoord zijn. Onze cijfers variëren tussen 36 en 63 procent tegenstanders. Het is voor ernstige onderzoekers die de methode van opiniepeilingen voldoende beheersen, onmogelijk om op een correcte, methodologisch en ethisch verantwoorde manier één cijfer voorop te stellen. Wie dat wel doet, misleidt de publieke opinie. Om het resultaat van een peiling zinvol te gebruiken moet je elk cijfer interpreteren binnen de context van de werkwijze waarop het cijfer tot stand kwam.
Wat zijn de cijfers en hoe moet je ze correct interpreteren? In een Ispo-onderzoek uit 1989 (interviews aan huis bij een toevalsteekproef van 664 Vlamingen) sprak 59 procent van de ondervraagden zich uit tegen gemeentelijk stemrecht voor migranten die ,,meer dan vijf jaar in België verblijven''. In het Ispo-verkiezingsonderzoek van 1999 bleek (in een toevalsteekproef van 2.200 Vlamingen) het aantal tegenstanders van gemeentelijk stemrecht voor vreemdelingen die ,,hier lang genoeg legaal wonen'' maar 36 procent te bedragen.
Als je de overweging ,,lang genoeg verblijven'' in de vraag meegeeft, dan gaat het aantal tegenstanders beduidend naar omlaag. Waarschijnlijk omdat daardoor aanpassing en integratie gesuggereerd wordt. In twee onderzoeken van de Administratie Planning en Statistiek (APS) van de Vlaamse Gemeenschap (telkens zo'n 1.420 Vlamingen) bedraagt het aantal tegenstanders van gemeentelijk stemrecht voor vreemdelingen die ,,meer dan vijf jaar legaal in België wonen'' 51 procent in 2001 en 55 procent in 2002.
Het meest recente Ispo/Hiva onderzoek had op het einde van 2002 plaats bij een toevalsteekproef van 3.178 Vlamingen tussen 18 en 85 jaar, woonachtig in achttien Vlaamse gemeenten waarvan de helft met en de helft zonder een asielcentrum. In die studie (die nog in de fase van rapportering verkeert) was 63 procent het oneens met stemrecht voor ,,vreemdelingen die hier vijf jaar verblijven''. Deze keer was de voorwaarde ,,legaal verblijven'' niet opgenomen. Bovendien gebeurde de schriftelijke bevraging tijdens de politieke rel met de Arabisch-Europese Liga van Dyab Abou Jahjah, waaraan de media veel aandacht hebben geschonken. Deze onderzoeken zijn alle gekenmerkt door een zorgvuldig getrokken toevalsteekproef en door, in vergelijking met veel ander onderzoek, een hoge mate van medewerking (tussen 60 en 70 procent). Bovendien bestonden de antwoordmogelijkheden uit meer dan enkel het botte instemmen of verwerpen. Een `neutrale' categorie ,,noch eens noch oneens'' werd steeds aangeboden en door zowat een vijfde van de respondenten gekozen.
Waarom gaat zoveel aandacht naar de exacte verwoordingen van de vraag? Natuurlijk kan de bevolking doorheen de tijd van opinie veranderen, maar zo'n grote wijzigingen zijn eerder zeldzaam. Uit diepgaand onderzoek weten we dat doorheen deze ganse periode de achterliggende houding tegenover vreemdelingen grotendeels ongewijzigd bleef. De schommelingen in de antwoorden zijn het resultaat van het klimaat van het ogenblik, en vooral van de overwegingen van de ondervraagden wanneer ze een keuze maken. We weten dat een deel van de bevolking geen vaste uitgeklaarde opinie heeft. Die mensen laten zich leiden door overwegingen die op het moment van de bevraging het meest levendig in hun hoofd aanwezig zijn. Deze levendigheid wordt onder meer beïnvloed door de voorwaarden die in de vraagtekst worden aangeboden, zoals ,,legaal verblijven'', ,,lang genoeg verblijven'', ,,vijf jaar verblijven'', ,,uitsluitend voor de gemeente'', of een combinatie daarvan. Ook de mogelijkheid om ,,geen opinie'' te hebben is van belang bij dit soort van keuzevragen. Het aantal, de aard en de volgorde van de antwoordmogelijkheden spelen ook een rol, en ook de vorm van de ondervraging (mondeling of schriftelijk) en kenmerken van de steekproef. In onze onderzoeken zijn de steekproeven toevallig getrokken en ze zijn voldoende groot.
Op elk van die punten vertoont de peiling die dit weekend werd gelanceerd grote gebreken. Zo is de steekproef te klein (800 Belgen en waarschijnlijk slechts 400 Vlamingen). Daardoor is het niet mogelijk om uitspraken te doen over partijen, want het gaat dan voor de grootste partijen hooguit om 100 ondervraagden. Het gaat ook om een telefonische peiling op slechts twee avonden. Hierdoor wordt een beduidend deel van de bevolking niet bereikt Ook is de kans op medewerking kleiner bij de jongere bevolking van uitsluitend gsm-bezitters. Dit wordt verdoezeld door te spreken van representativiteit, door te wegen en door geen correcte betrouwbaarheden te geven. Dat dient om de schijn van wetenschappelijkheid op te houden. Maar dat heeft allemaal geen zin, want het gaat niet om een toevallige steekproef met berekenbare kansen. De voornaamste bedenking heeft natuurlijk betrekking op de verwoording. Er staat ,,Bent U voor of tegen gemeentelijk migrantenstemrecht''. De voorwaarde ,,voor vreemdelingen die hier vijf jaar legaal verblijven'' is weggevallen. Dat alleen al is verantwoordelijk voor een verhoogde tegenstand. De ondervraagden die door de vraagvorm geforceerd worden om voor of tegen te antwoorden, maken allerlei overwegingen waar we geen zicht op hebben.
De vraag naar wat het beste voor de toekomst zou zijn -- lokaal stemrecht verlenen of niet -- kan niet door opiniepeilingen beantwoord worden. Mits enige manipulatie maakt men van een meerderheid een minderheid en omgekeerd. Het is aan de politici om een weloverwogen keuze te maken in het algemeen belang van het ,,goede samenleven''.
Wij kunnen ons wel voorstellen dat nogal wat vreemdelingen die hier lang verblijven en goed geïntegreerd zijn, toch om tal van redenen geen Belgisch burgerschap wensen. Moet men hier dan de meerderheid van de bevolking volgen? Mochten we geen scrupules of ethische code hebben, zou het helemaal niet moeilijk zijn een forse meerderheid van de bevolking tegen de heffing van belastingen te laten kiezen. En wat dan? Laten we ernstig blijven.

Jaak Billiet, Marc Swyngedouw en Dirk Jacobs

(De auteurs zijn verbonden aan het Instituut voor Sociaal en Politiek Opinie-onderzoek (Ispo) van de Katholieke Universiteit Leuven).

Binnenkort verschijnt bij de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten een nieuwe studie hierover: 'Over het adequaat meten van opinies en het zinvol interpreteren van opiniepeilingen'.